Gert Jan Trompert, boer op laarzen

Bij boer Gert-Jan Trompert geen klompen in de hal, maar een rij cowboylaarzen. Sinds een stage in Canada beweegt hij zich gelaarsd over het erf. Het melkveebedrijf van de familie Trompert bestaat uit twee locaties die hij samen runt met zijn broer Erik en hun ouders Bert en Louise. Gert-Jan woont in Schalkhaar, zijn broer runt de boerderij in Wesepe.

“Het is mooi om boer te zijn”, zegt Gert-Jan. “Het is een heel veelzijdig beroep: de dieren, het landwerk, de techniek. Het optimaliseren van de facetten; gezonde koeien, vruchtbare bodem, efficiënte bedrijfsvoering. Ik heb bewondering voor mensen die 30 jaar hetzelfde doen, maar ik zoek uitdaging. We bouwen nu bijvoorbeeld een nieuwe stal met melkput.  De bouw van de stal, de demontage van de melkinstallatie bij de vorige eigenaar, de wederopbouw en de techniek,  we doen alles zelf”.

Eerst even terug in de tijd. Moeder Louise is geboren op de boerderij in Schalkhaar.  Vader Bert komt ook van een boerderij en werkte bij een loonbedrijf in Schalkhaar. Toen de vader van Louise overleed, ze was 21 jaar,  ging Bert samen met zijn schoonmoeder in de maatschap. Eigenlijk breken Gert-Jan en Erik de traditie, want ook de moeder van Louise nam de boerderij over van háár moeder. Gert-Jan “We zijn van huis uit niet gestimuleerd om boer te worden. Juist niet, eigenlijk. Er lag in ieder geval geen enkele druk op. Maar het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan”.

Familiebedrijf
“Mijn ouders hadden voor die tijd een gemiddeld gezinsbedrijf met zo’n 60 koeien met eigen boerderij en huiskavel. In de lijn van onze gangbare bedrijfsvoering is 100 koeien per gezin nu de norm. Dat komt mede door de inflatie op de kosten die in dezelfde tijd hoger is geworden dan de toename van de melkprijs met daarbij maar ook bijvoorbeeld de technische ontwikkelingen die de bedrijfsvoering efficiënter hebben gemaakt. Erik en ik wilden beiden boer zijn, dus we gingen stap voor stap uitbreiden. In 2013 kwam de kans toen er een bedrijf vrij kwam in Wesepe. Wij konden de boerderij kopen en de bijbehorende 35 ha van IJssellandschap pachten. Ik ben hier gebleven in Schalkhaar en Erik woont met zijn vrouw op de boerderij in Wesepe. We hebben hier 190 melkkoeien, in Wesepe staan 60 stuks jongvee.

Het is een echt familiebedrijf. Daar ben ik trots op. Het is niet altijd makkelijk, de verhouding van familie/ouders en collega’s. Maar we hebben goede gesprekken met elkaar en mijn ouders zijn bij grote beslissingen ook altijd bereid tot gelijkwaardig overleg. Daarnaast hebben Erik en ik beiden enthousiaste partners die ook veel voor het bedrijf over hebben en waar nodig bijspringen. Ik vind het fijn om samen met mijn broer te werken.  Het is de kunst om positief te blijven en we houden elkaar daarin goed in evenwicht. We staan samen hier in de melkput en als Erik of ik een weekendje weg wil, nemen we taken van elkaar over. We melken zonder robot. Ook straks in de nieuwe stal. Natuurlijk, het kost veel tijd, 2 x 3 uur per dag, maar met de nieuwe melkinstallatie zal dat sneller gaan. En met zo’n mooie huiskavel weiden we veel. Als we ‘s ochtends hebben gemolken, doen we de koeien naar buiten en hebben we er eigenlijk geen omkijken meer naar. Met de drie robots die wij nodig zouden hebben,  heb je ook in drievoud de hele dag kans op storing. Dan ben je er nog druk mee. Daarnaast weegt ook mee dat investering in de dure robots in deze onzekere tijd te risicovol is”.

Kringloop
“Voor ons zit de uitdaging in een optimale balans. Natuurlijk wil je binnen die balans een hoge melkopbrengst. Het is een kringloop. Je hebt een gezonde bodem nodig om het goede gewas te telen. En je hebt goede gewassen nodig voor een gezonde koe en een goede productie.  Alles begint bij het bodemleven, een goed bodemleven maakt de grond veerkrachtig. Ook in een droge zomer blijft de bodem langer productief als het bodemleven goed is. Daar werk je aan. Ja, we gebruiken wel kunstmest, maar de kunst is om dat goed te benutten. We zijn actief bezig met compost toevoegen aan het bouwland en zaaien in de winter een gewas dat de voedingsstoffen vasthoudt.  Daarnaast hebben we de focus op een goede Ph van de bodem zodat onkruidbestrijding minimaal is en voedingstoffen optimaal benut worden.

De overstap naar biologisch is voor ons geen optie. Maar uiteindelijk bepaalt de consument.  Ik sta altijd open voor verandering en beweeg mee met de markt. Feit is, de biologische markt is relatief klein en het wordt voor veel mensen steeds moeilijker om de eindjes aan elkaar te knopen. Het gros kan zich niet veroorloven om alles biologisch te kopen. Zo is het ook met lokale afzet. Thuis boodschappen laten bezorgen neemt in populariteit toe, het aantal mensen dat er op uitgaat om in het buitengebied hun eten te kopen, is beperkt. Ik ben heel enthousiast over collega’s die aan huis verkopen en vind het erg belangrijk voor de promotie van de sector. Maar we zouden elkaar beconcurreren als we allemaal aan huis verkopen. Het past ook niet bij mij als persoon.

Verbinding
Vanaf het begin zijn Gert-Jan en Erik betrokken bij *Salland Boert en Eet Bewust, een initiatief van boeren uit de regio die via allerlei publieksactiviteiten de verbinding zoeken met de omgeving. Gert-Jan: “We bereiken hiermee een brede doelgroep, zoals via de lokale horeca met initiatieven als Toer de Sallandse Boer,  die door meerdere horecabedrijven wordt aangeboden en waarbij je tijdens een familie- of groepsuitje op bezoek gaat bij de boer om te zien waar je eten wordt geproduceerd.  Ook voor schoolkinderen van alle leeftijden maken we programma’s om ze vaker  ‘de boer op’  te laten gaan.  De verbinding maken tussen producent en consument is urgent. Soms lees en hoor ik beweringen in de media, waarvan ik denk, maar zo is het helemaal niet. Kom nou eens hier kijken! Het kost veel tijd maar het is wel belangrijk om continu het eerlijke en juiste verhaal te vertellen. Dan mag je er nog van denken wat je wil, maar wel gebaseerd op hoe het echt is en niet op aannames. Het valt me wel op, als mensen, ook de critici, hier geweest zijn dan gaan ze eigenlijk altijd weer optimistisch naar huis”.

Stevige koeien
“Genoeg gepraat hier aan de keukentafel. Kom, dan kun je kennis maken met de koeien”. Buiten zie je Gert-Jan in zijn element. Snel even afstemmend met zijn broer, vader en een helpende oom. Je bent een familiebedrijf of niet, die druk bezig zijn met de stalbouw. De rode en zwarte Holstein koeien staan in de wei en komen direct nieuwsgierig aanlopen als ze Gert-Jan zien:  “Ik word altijd vrolijk van onze koeien. Ik hou van relatief iets kleinere,  wat stevige koeien. Naar mijn mening zijn ze duurzamer. Het belangrijkste is dat ze gezond zijn. Ze hebben een sensor in hun oor. Als een koe koorts heeft, krijgt ze koude oren. Of als ze weinig herkauwt kan ze iets onder de leden hebben. Elke ochtend check ik als eerste via de app hoe ze erbij staan”. Vader Bert roept. Gert-Jan: ‘ik moet weer aan de slag, het werkt roept. Nagekeken door de koeien beent hij vrolijk weg, op z’n cowboylaarzen.

 

Nieuwsbrief