Maaiseizoen: volop aan het werk in de natuur

Terwijl de natuur van 50 tinten groen naar 50 tinten rood, geel & oranje wisselt, breekt voor de medewerkers van IJssellandschap een drukke periode aan. In onze bossen, op de landgoederen en in de natuurgebieden zijn we volop aan het werk. Calamiteitenherstel, houtoogst, aanplant, snoeien, herstellen van lanen etc. Werk dat misschien niet altijd opvalt, maar ontzettend belangrijk is om ons landschap mooi, gezond en gevarieerd te houden. In dit artikel lichten we het maaiwerk uit.

Een druk najaar
Vanaf september, wanneer de meeste planten zijn uitgebloeid en het broedseizoen grotendeels achter ons ligt, begint voor ons het maaiseizoen. Waar de natuur in het voorjaar en de zomer zoveel mogelijk haar gang mag gaan, is het najaar hét moment om op veel plekken de handen uit de mouwen te steken.

En dat is geen kleine klus. Verspreid over onze terreinen liggen kilometers heggen en bermen, tientallen poelen, jonge bosaanplant en natuurgraslanden die allemaal hun eigen onderhoud vragen. Met bosmaaiers, maaimachines en handgereedschap trekken we eropuit. Soms gaat het om grote oppervlakten, maar vaak ook om kleine plekken waar zorgvuldig en gericht gewerkt moet worden.

Ruimte maken voor de natuur
Het werk is heel afwisselend. We maken (jonge) heggen vrij van bramen en ingegroeide bomen en struiken, zoals prunus. Zo voorkomen we dat deze karakteristieke landschapselementen overwoekerd raken. Jonge bomen zetten we vrij van hoge grassen, bramen en andere begroeiing, zodat ze voldoende licht en ruimte krijgen om verder te groeien.

Ook onze poelen krijgen aandacht. Door overtollige begroeiing langs de oevers weg te maaien, zorgen we dat er voldoende zonlicht op het water blijft vallen. Dat is belangrijk voor kikkers, salamanders, libellen en andere dieren die van deze plekken afhankelijk zijn.

Daarnaast maaien we natuurgraslanden en onderhouden we bermen. Door op de juiste momenten te maaien en het maaisel af te voeren, geven we bloemen en kruiden meer kansen. Dat levert niet alleen een kleurrijker landschap op, maar ook meer voedsel en leefruimte voor insecten.

Jonge bomen worden vrij gemaaid van bramen en hoge grassen

Niet alles hoeft netjes
Wie ons aan het werk ziet, denkt misschien dat alles weer keurig kort moet worden. Maar dat is zeker niet de bedoeling. We kijken juist goed naar wat een plek nodig heeft. Soms maaien we maar een deel en laten we bewust begroeiing staan. Zo houden insecten en kleine dieren voldoende schuil- en overwinteringsplekken.

Werk dat nooit helemaal klaar is
Het maaiseizoen vraagt ieder jaar opnieuw veel tijd en inzet. Zodra de ene plek klaar is, wacht de volgende alweer. En volgend jaar begint het werk gewoon opnieuw. Want de natuur staat nooit stil.

Toch is het dankbaar werk. Door ieder jaar aandacht te besteden aan al die heggen, poelen, bermen, jonge bomen en graslanden, zorgen we ervoor dat het landschap zijn karakter behoudt en de natuur zich verder kan ontwikkelen.

Dus achter de schermen, en ook gewoon in het zicht werken we aan ons IJssellandschap waar planten en dieren zich thuis voelen en waar iedereen van kan blijven genieten!